Stil verdriet

Vandaag mag ik iets vertellen over Margriet. Deze vrouw, ongewild kinderloos, lijdt onder het feit dat ze geen toekomst ziet zonder kinderen. Ze heeft een leuke baan, maar weet niet hoe ze haar vervulling kan vinden. Vanaf de dag dat ze trouwden hadden zij en Maarten, haar man, het verlangen om jong vader en moeder te worden.

Van de ene maand in de andere , van het ene jaar in het andere en vervolgens van het ene onderzoek naar het andere, maar tot hun grote verdriet kwam er geen zwangerschap. En dan, op een dag, na jaren tobben, bleek Margriet in verwachting te zijn.
Hun blijdschap was immens groot en zo ook hun bezorgdheid. Zou het allemaal wel goed gaan?

De onderzoeken wezen uit dat het een normale en spontane zwangerschap betrof met goede kans van een voldragen kindje en een normale bevalling. De maanden daarna werden langzaam aan gevuld met meer blijdschap en vertrouwen. Tot het in de 6e maand toch mis ging. Margriet verloor haar kindje en na enkele uren te hebben geleefd, bleek het toch niet te redden. Ze voelde zich verslagen en Maarten ook. Al hun hoop van jaren werd hen ontnomen met het verlies van dit kindje.

En nu heeft ze hulp nodig. Het is alweer enkele jaren na dit grote verlies. Ze is op. Ze rouwt om haar kindje, al zo lang, om haar huwelijk wat zo’n klap heeft gekregen en om haar kinderloosheid. Ze weet niet hoe haar leven nog enige vervulling kan krijgen. Een pleegkindje durven ze niet aan.

En dan komt ook de “waarom-vraag”. Waarom geeft God ons geen levend kindje? Waarom heeft Hij niet ingegrepen en dit kindje gered? Wat hebben we fout gedaan? Hebben we niet genoeg op Hem vertrouwd? We hebben zoveel ervoor gebeden en anderen ook. En ga zo maar door. Gelukkig hoef ik niet met makkelijke antwoorden te komen, want die kan ze zelf ook wel bedenken. En die hoort ze helaas al genoeg. Ik heb trouwens ook helemaal geen antwoorden. Ik ben God niet en alles wat ik zou zeggen kan zomaar te veel of onwaar zijn.

Dit soort gesprekken stroomt mijn hart van vol. Van liefde en van verdriet. Om de rouw en pijn die zo diep zitten. Om de gevolgen die dat heeft voor dit huwelijk. Om de schreeuw naar God die ik hoor. Maar het stroomt ook vol, omdat ik dit mag aanhoren, dat ik vertrouwd word hierin. En omdat ik de zwaarte ken van verlies en weet hoe potdicht de hemel tijdenlang kan lijken. Dat ik vandaaruit iets mag meenemen in dit gesprek. En ik voel dat ik het mooiste beroep heb wat ik maar kan bedenken.

De emoties zitten hoog. En de tranen komen snel, zoals Margriet zelf vertelt. Ze huilt veel en ze wil dat dat stopt. Maar hoe kan je je tranen stoppen als je zo vol pijn zit? En ondertussen praat ze over elk detail van haar zwangerschap, bevalling en de tijd erna. De begrafenis waar ze gelukkig wel bij kon zijn, de familie en vrienden die hen omringden, maar ook de vele mensen die er nooit meer over praten waardoor het lijkt alsof er nooit een kindje is geweest. Waardoor ze vrienden verloren hebben. De moeite die er daarna gekomen is tussen haar en Maarten doordat ze zo verschillend omgingen met hun verdriet. Door het praten komt ze wat tot rust.

Ze vraagt na een paar gesprekken aan Maarten om ook mee te komen, wat hij gelukkig doet. Hij is ook heel open, dat zie ik weleens anders. En met elkaar rouwen ze opnieuw om alles wat ze zijn kwijt geraakt. En ze gaan zoeken naar een weg om elkaar terug te vinden en om nieuwe vervulling te zoeken.

Hun huwelijk had altijd een stevige basis met God als fundament. Dat is nog steeds hun kracht. Maar ze hebben toch het gevoel dat ze weer terug naar af moeten. Met een ander Godsbeeld, niet de God die alles op aanvraag zomaar goed maakt, maar een God die zelf ook deel van deze gebroken wereld werd. Ze beginnen een beetje opnieuw en leggen hun kindje met terugwerkende kracht in Gods handen en geven het opnieuw een plek in hun relatie samen. Want daar hoort het bij. En zo komen ze samen op het punt dat ze elkaar weer in de ogen kunnen kijken, dat ze op een verschillende manier mogen rouwen en elkaar daarbij steunen. Dat het kindje met voor- en achternaam genoemd wordt. In dit soort gesprekken zoek ik naar iets tastbaars, ook als een stukje rouwverwerking. Dat kan een naambordje zijn voor het kindje, als een tastbaar bewijs dat het geleefd heeft en hun liefde heeft gehad en nog steeds heeft. Maar het kan ook een ander aandenken zijn, een lied, een gedicht. Iets dat bij hen past.

Deze verwerking kost tijd, veel tijd, en is niet beperkt tot weken of maanden. Dit zal ook in de toekomst nog pijn geven. Rouw is niet iets wat je na een bepaalde periode definitief afsluit. Rouw kan op de gekste momenten de kop opsteken en je weer hard raken. Voor hen het zien van een zwangere, een baby, een kindje die zo oud was als je eigen kindje zou zijn enz. Rouw is voor iedereen anders, maar voor iedereen geldt het dat er associaties zijn in geuren, gebeurtenissen of herinneringen. Maar ze hebben elkaar terug gevonden en voelen zich weer gesterkt met Gods kracht en nabijheid. Ze gaan nadenken over iets wat voor hen samen nieuwe blijdschap kan brengen, want ze hebben het echt nodig om een gedeelde levensinvulling te hebben. Ze komen erop uit dat ze hun leven willen delen met anderen, maar op dit moment nog niet met een ander kindje. We kijken naar de mogelijkheid om opvanggezin te zijn voor een jonge asielzoeker. In leeftijd ver van dat van hun eigen kindje af, maar wel iemand die hun liefde nodig heeft. Een mooie gedachte waar ze mee aan de gang gaan.

We weten alle drie niet wat Gods gedachten precies zijn als het gaat om lijden in deze wereld, maar we geloven dat het uitstrekken naar anderen in nood altijd goed is en goed doet. Als volgelingen van Jezus die het lijden kennen, maar ook de liefde voor de ander kunnen voelen.